De kandidatenbrochure geeft u inzicht in wat u op uw examen kunt verwachten. Het is van belang dat u goed geïnformeerd aan uw examen begint en dat tijdens het maken van uw examen geen onduidelijkheid bestaat over de wijze van het beantwoorden van de vragen.
De brochure is voor u bedoeld als u examen gaat doen in een van de volgende modules:
De kandidatenbrochure is als volgt opgebouwd:
In hoofdstuk 1 leest u welke informatie voor u van belang is voorafgaand aan het examen. Het gaat hierbij om informatie over de inschrijfprocedure, de exameneisen og de actualiteit van de examenvragen. Ook wordt de opbouw van de examens toegelicht, de verschillende vraagvormen die u kunt verwachten en de wijze waarop u numerieke vragen moet beantwoorden.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de gang van zaken bij de start en tijdens het examen. U leest hier onder andere aan welke legitimatie-eisen u moet voldoen, welke materialen u mag gebruiken en wat u moet doen als er tijdens het examen een storing optreedt.
In hoofdstuk 3 vindt u informatie over de gang van zaken na afloop van het examen. Dit betreft de termijn waarbinnen u de uitslag ontvangt, de wijze waarop u een behaald certificaat of diploma kunt verkrijgen en de procedure voor het inzien van uw examen. Tot slot wordt ingegaan op de procedure rondom meldingen en onregelmatigheden.
U kunt zich, doorgaans online, voor een examen inschrijven bij een door het CDFD erkend exameninstituut in (Europees) Nederland. Uw exameninstituut vraagt bij de inschrijving of om uw (Burgerservicenummer) BSN of om uw Wft-ID. Uw Wft-ID kunt u vinden of aanvragen in Mijn Wft. Voor het inloggen in Mijn Wft heeft u uw DigiD nodig. U mag een bepaald examen slechts eenmaal per dag afleggen. Uw exameninstituut bepaalt de datum, tijdstip en plaats van de examenafname in overleg met u. De examens worden uitsluitend in het Nederlands afgenomen.
Indien u beperkingen heeft, kan een exameninstituut u een aangepast examen aanbieden. Voorwaarde is wel dat u dit voorafgaand aan de inschrijving meldt bij uw exameninstituut en dat u een Verklaring Speciale Voorzieningen aan het exameninstituut overlegt. De privacywetgeving staat niet toe dat uw exameninstituut, CDFD of DUO toegang heeft tot uw medische gegevens, zoals een medisch rapport. De Verklaring Speciale Voorzieningen heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, tenzij de deskundige hierover anders verklaart (zie de formulierenpagina van het CDFD: Verklaring Speciale Voorzieningen Algemeen of Verklaring Speciale Voorzieningen t.b.v. studenten).
Het kan gaan om de volgende voorzieningen: verlenging examentijd, onderbroken examen, examenhulp, voorleesexamen. Bij de start van het examen controleert de surveillant of de voorziening past bij de Verklaring Speciale Voorzieningen. Als u een andere voorziening nodig heeft dan hier genoemd, kunt u contact opnemen met uw exameninstituut. Uw exameninstituut zal de benodigde voorzieningen met u doornemen en met het CDFD de mogelijkheden afstemmen.
Er is geen Verklaring Speciale Voorzieningen nodig bij de volgende speciale voorzieningen:
Een mondeling examen is niet mogelijk.
De wettelijke basis van een Wft-examen wordt gevormd door eind- en toetstermen. Deze geven aan wat u moet kennen en kunnen. In welke mate de toetstermen in de initiële examens worden bevraagd wordt aangegeven in de toetsmatrijzen. Opleidingsinstituten gebruiken deze exameneisen voor de ontwikkeling van hun opleidingsmateriaal.
De eind- en toetstermen en de toetsmatrijzen vindt u onder Publicaties op de website van het CDFD.
Eenmaal per jaar, op 1 april, wordt nieuwe wet- en regelgeving in de Wft-examens verwerkt. Hierdoor wordt voorkomen dat het lesmateriaal bij elke verandering moet worden vervangen en u zich met nieuw lesmateriaal op uw examen moet voorbereiden. Wet- en regelgeving die in de loop van een jaar verandert en nog steeds geldig is op 1 januari van het jaar eraan, wordt voor het eerst getoetst op 1 april. Dit betekent het volgende:
Elk initieel Wft-examen is opgebouwd uit drie onderdelen: het onderdeel kennis en begrip; het onderdeel professioneel gedrag; het onderdeel vaardigheden en competenties. Deze onderdelen worden bij elk examen in dezelfde volgorde bevraagd. Het aantal vragen per onderdeel verschilt per module. In de paragraaf ‘Kenmerken initiële examens’ vindt u het aantal vragen van elk onderdeel voor uw examen.
De vragen in het eerste onderdeel toetsen theoretische kennis, feitenkennis en inzicht in informatie. De kennis en begripsvragen en de antwoorden op die vragen zijn kort. Bij elke kennis- en begripsvraag kan maximaal één punt worden behaald.
De vragen in het tweede onderdeel gaan over dilemma’s waar een financieel adviseur mee te maken kan krijgen. De dilemma’s betreffen serviceverlening en de kosten ervan, de afhandeling van klantvragen, bevoegdheden, situaties die wettelijk niet zijn toegestaan of situaties die niet wenselijk zijn. Het zijn situaties die de financieel adviseur in zijn beroepspraktijk tegen kan komen. In de eind- en toetstermen kunt u lezen in welke context de vragen moeten worden bekeken. Elke vraag over professioneel gedrag heeft een casustekst. In de casustekst staat meer tekst dan bij de kennis- en begripsvragen. Er is dan ook iets meer tijd nodig om deze vragen te maken. Het aantal vragen over professioneel gedrag is beperkt. Bij elke vraag over professioneel gedrag kunnen maximaal twee punten worden behaald.
In het derde onderdeel gaan de vragen over vaardigheden en competenties die een financieel adviseur nodig heeft. Deze vragen toetsen het toepassen van kennis, het oplossen van problemen, de wijze van communiceren en het verzamelen of het beoordelen van informatie. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd een berekening te maken, vragen te stellen of een advies op te stellen. Bij competenties gaat om het gebruiken van de kennis, vaardigheden en andere capaciteiten die benodigd zijn in de dagelijkse adviespraktijk. De vragen gaan bijvoorbeeld over het omgaan met klachten, het voeren van een slechtnieuwsgesprek of het plannen van een adviesgesprek. Het derde onderdeel bestaat uit een aantal casusteksten met elk één of meer vragen. In de casusteksten wordt een klantsituatie beschreven. Ook worden documenten uit de adviespraktijk gebruikt, zoals offertes en aanvraagformulieren. Het lezen van de casusteksten, bijlages, vragen en de antwoorden kan enige tijd in beslag nemen. Bij elke vraag over vaardigheden en competenties kunnen maximaal twee punten worden behaald.
In de examens wordt gebruik gemaakt van verschillende vraagvormen. Naast multiple choice vragen worden ook multiple select vragen, numerieke vragen, meervoudige keuzelijstvragen, meervoudige invulvragen en rangschikvragen gebruikt. Hoeveel vragen van elke vraagvorm in een examen zitten is niet vooraf aan te geven. De examens zijn altijd uniek; ze worden per examenkandidaat opnieuw samengesteld. Hieronder vindt u per vraagvorm een korte uitleg over de vraagvorm en de scoringsregels van de vraagvorm. Een uitgebreide uitleg over de waardering vindt u op onze website (Scoringsregels).
Bij een numerieke vraag kunnen alleen getallen en punten en komma’s worden ingevuld. De tekens % en € staan voor of achter het invoerveld en worden niet door u ingevuld. In de examenvraag worden hiervoor duidelijke aanwijzingen gegeven.
Punt of komma: Bij duizendtallen kunt u een punt als scheidingsteken gebruiken. Gebruik hiervoor geen komma. Een komma gebruikt u als scheidingsteken bij decimalen. Is het antwoord 10000? Dan worden de volgende schrijwijzen goed gerekend: 10000; 10000,00; 10.000; 10.000,00. Vult u een onjuist teken in? Dan verschijnt onderstaande waarschuwingstekst: “Gebruik een punt als scheidingsteken voor duizendtallen. Voorbeeld: 25.000. Gebruik een komma als decimaalteken. Voorbeeld: 0,25.” Bij het gebruik van een onjuist teken wordt uw antwoord mogelijk aangepast. Controleer daarom goed of het juiste antwoord staat weergegeven.
Antwoord afronden: Bij de numerieke vragen staat aangegeven op welke wijze het antwoord moet worden afgerond. Voorbeeld:
Tijdens het berekenen van numerieke vragen rondt u in principe niet tussentijds af. Indien het voor u toch nodig is om tussentijds af te ronden, rondu u dan op zo veel mogelijk cijfers achter de komma af, zodat u zeker weet dat het antwoord binnen de foutmarge valt. De enige uitzondering op deze regels komt voor bij vragen die te maken hebben met de Belastingdienst. De Belastingdienst rondt tussentijds af op hele cijfers in het voordeel van de consument. Deze regel wordt daarom ook in de examens toegepast.
Hieronder vindt u de maximale duur en het aantal vragen per examen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen kennis en begrip (K/B), professioneel gedrag (PG) en vaardigheden en competenties (V/C). Het aantal punten per onderdeel vindt u tussen haakjes (vanaf 1 april 2026):
| Kenmerken Initiële examens (vanaf 1 april 2026) | Tijdsduur | Aantal vragen (punten) | Aantal K/B (punten) | Aantal PG (punten) | Aantal V/C (punten) |
|---|---|---|---|---|---|
| Basis | 120 | 42 (63) | 21 (21) | 2 (4) | 19 (38) |
| Consumptief krediet | 90 | 31 (47) | 15 (15) | 1 (2) | 15 (30) |
| Hypothecair krediet | 135 | 37 (60) | 14 (14) | 1 (2) | 22 (44) |
| Inkomen | 135 | 44 (68) | 20 (20) | 1 (2) | 23 (46) |
| Pensioenverzekeringen | 135 | 48 (74) | 22 (22) | 1 (2) | 25 (50) |
| Schadeverzekeringen particulier | 120 | 48 (71) | 25 (25) | 1 (2) | 22 (44) |
| Schadeverzekeringen zakelijk | 120 | 55 (85) | 25 (25) | 1 (2) | 29 (58) |
| Vermogen | 135 | 46 (72) | 20 (20) | 1 (2) | 25 (50) |
| Zorgverzekeringen | 90 | 33 (52) | 14 (14) | 1 (2) | 18 (36) |
Bij de start van het examen controleert de surveillant uw identiteit met een geldig legitimatiebewijs. De surveillant kan u hierbij vragen om uw oren zichtbaar te maken, bijvoorbeeld door haar of hoofddeksel tijdelijk aan te passen of af te zetten. Ook kan de surveillant vragen een eventuele bril kort af te zetten om te controleren dat deze geen hulpmiddelen bevat die tijdens het examen niet zijn toegestaan. U dient aan deze verzoeken mee te werken om toegelaten te worden tot het examen.
Controleer bij het starten van het examen of het BSN op het startscherm hetzelfde is als het BSN op uw identiteitsbewijs. Examen doen onder het juiste BSN is een noodzakelijke voorwaarde voor het behalen van een geldig examenresultaat.
Het auteursrecht op de examenvragen is voorbehouden door de Staat der Nederlanden. U dient examenvragen geheim te houden en niet aan te wenden voor eigen gebruik of tot eigen voordeel. Kopiëren, verspreiden, publiceren of het op welke wijze dan ook openbaar maken van examenvragen en andere examendocumenten is uitdrukkelijk verboden. Bij inbreuk op het auteursrecht kunnen er rechtsmaatregelen tegen u worden getroffen. Door het examen te starten verklaart u geen inbreuk op het auteursrecht te zullen maken.
Uw exameninstituut stelt bij het afleggen van het examen de volgende materialen beschikbaar:
Al het eigen materiaal, maar ook bijvoorbeeld jassen, tassen, telefoons, oortjes, slimme brillen en horloges blijven buiten de examenruimte. Mogelijk stelt uw exameninstituut hier een locker voor beschikbaar. Voorafgaand aan de start van het examen in de examenruimte mogen geen aantekeningen op het uitgedeelde kladpapier o.i.d. worden gemaakt. Na afloop van het examen neemt het exameninstituut al het materiaal, inclusief uw aantekeningen, in.
Alle examens worden digitaal afgenomen. Hoewel al het mogelijke wordt gedaan om storingen te voorkomen, is het mogelijk dat een storing optreedt tijdens uw examen. De surveillant kan de storing verhelpen, een ander beeldscherm voor u regelen of een andere oplossing hebben. Ook kan de surveillant eventueel extra tijd bijgeven zodat u de gemiste tijd in kunt halen. Mocht er onverhoopt een storing optreden dat is het dus belangrijk om dit snel bij een surveillant te melden.
De kandidatenbrochure geeft u inzicht in wat u op uw examen kunt verwachten. Het is van belang dat u goed geïnformeerd aan uw examen begint en dat tijdens het maken van uw examen geen onduidelijkheid bestaat over de wijze van het beantwoorden van de vragen.
De brochure is voor u bedoeld als u examen gaat doen in een van de volgende modules:
De kandidatenbrochure is als volgt opgebouwd:
In hoofdstuk 1 leest u welke informatie voor u van belang is voorafgaand aan het examen. Het gaat hierbij om informatie over de inschrijfprocedure, de exameneisen en de actualiteit van de examenvragen. Ook wordt de opbouw van de examens toegelicht, de verschillende vraagvormen die u kunt verwachten en de wijze waarop u numerieke vragen moet beantwoorden.
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de gang van zaken bij de start en tijdens het examen. U leest hier onder andere aan welke legitimatie-eisen u moet voldoen, welke materialen u mag gebruiken en wat u moet doen als er tijdens het examen een storing optreedt.
In hoofdstuk 3 vindt u informatie over de gang van zaken na afloop van het examen. Dit betreft de termijn waarbinnen u the uitslag ontvangt, de wijze waarop u een behaald certificaat of diploma kunt verkrijgen en de procedure voor het inzien van uw examen. Tot slot wordt ingegaan op de procedure rondom meldingen en onregelmatigheden.
U kunt zich, doorgaans online, voor een examen inschrijven bij een door het CDFD erkend exameninstituut in (Europees) Nederland. Uw exameninstituut vraagt bij de inschrijving of om uw (Burgerservicenummer) BSN of om uw Wft-ID. Uw Wft-ID kunt u vinden of aanvragen in Mijn Wft